Verhaal 1: Gevlucht bij de Grote Dame

 

Het was een uitdaging: “Kan jij een week lang Kerstverhalen schrijven?” Receptenschrijfster en verbazingwekkend mens, Larisse Buijze dacht dat ik niets te doen had. Onmogelijk, maar toch leuk. Het werd een beetje anders. Ik schreef een uitdagingsverhaal en stuurde dat naar een aantal heel leuke mensen. Of zij dan allemaal een verhaal wilden schrijven. 

Het is gelukt. Wat leuk, wat een mooie verhalen. We hebben allemaal samen iets unieks gemaakt. Iedereen schreef een eigen Kerstverhaal. Vandaag beginnen we met het oerverhaal. Alle deelnemers zetten het ook op hun site. Dan gaan we verder met de anderen. Kerstavond het laatste verhaal? We zullen zien… Vind je het leuk, deel dan met je vrienden. We laten Facebook gewoon ontploffen.

Welkom bij:

 

A Circus Carol

Deel Een

Schuilen bij de  Grote Dame.

Door Felix Wilbrink

Kerst bij de Grande Dame

De Grande Dame was inmiddels zo grande dat ze zonder enige schaamte zich de ogen depte en uitriep: ”Hier moet ik altijd om huilen.” Feed the birds uit Mary Poppins. Het liedje was net geweest. De grote kamer van haar verbouwde luxe boerderij zit vol met mensen. Nou ja, tien loopt aardig op. Het is een gezellige boel daar. Cora, de vrouw van de Grote Dame is er niet, die slaap al maar ze huilt niet zo snel, en zou zeker niet hebben gehuild. Ze is de enige die verbinding met de buitenwereld heeft. Iedere morgen fietst ze door wind en ontij, de koude mist of het waterige zonnetje dat krachteloos slecht een paar uur licht brengt. Ze zegt niet veel, en eigenlijk weet niemand wat ze de hele dag buiten doet. Als ze thuiskomt heeft ze altijd wat aardigs bij zich. Net iets waarvan diegene die het krijgt helemaal niet wist dat hij het zo graag kreeg.

Verder is daar de Oude Minnaar van de Grande Dame, die mag blijven omdat hij aardig is. Hij is met zijn nieuwe vrouw, een Grijs Muisje, ze beweegt haar handjes vaak naar haar gezicht, altijd over hier of daar, net alsof ze als een echt muisje haar snuitje schoonmaakt. Schattige haartjes en flest blauwe ogen. Maar verder op en top. Ook haar man, de ex van, is tip top, in een modieus pak, net of hij iedere moment op jacht in Schotland zal gaan. Dat zal hij niet.

 De Grote Dame heeft ook een zoon, die is er ook. Hij kent de dame nog van toen ze nog leeuwentemster was bij een zeer verlopen circus. Hij trapt nergens meer in, maar gaat haar priemende blik toch liefst uit de weg. Voor het geval dat ze toch weer een zwak punt bij hem vindt. Hij is Kok, en er is geen betere, eigenlijk zit hij zelden bij het gezelschap. Altijd bezig om soepjes te maken, om brood te bakken, nog even een fazant in de oven, een haas in de smoor, wat stooflappen in de stoof. De hele dag door komt er een oneindige stroom hapje uit zijn keuken. En wie daar binnenkomt treedt zijn piste in. Dan mag je aan de keukentafel zitten en een glas wijn drinken, of een borrel, of een bier en hij vertelt, terwijl hij duizelingwekkend snel uiten snijdt, vlees ontleedt, eieren klutst, appel schilt en voor je ogen even een taart bakt, of een puree met twee vorken zo luchtig zacht klopt dat je denkt dat je nooit iets lekkerders hebt geproefd.

 Ook uit het circus is er de Oude Clown, Dirk, zijn clownsmaskerschmink heeft hij zo vaak ’s nachts laten zitten wanneer hij weer  hij dronken in bed in slaap viel dat er permanent sporen van in de huid van zijn gezicht zitten. Hij is goed voor een fles jenever per dag, maar niemand die hem dat misgunt. Iedereen kent zijn verhaal. Had hij niet zelf de trampoline waar zijn dochter precies in zou springen een meter te ver naar links gezet. Het ergste was dat hij in haar ogen keek en de ontzetting daar in zag een milliseconde voordat ze haar doodssmak maakte. Hij verkocht het circus aan de grote dame en dook onder in de drank.  De grote dame was slim en verzekerde het armoedige boeltje nog eens extra goed en stak daarna alles in brand. De penningen gingen in de grote boerderij waar bijna iedereen van het oude personeel wel eens langs kwam.

Maar nu is het een andere situatie. Corona. Het gaat niet goed buiten en ze zijn allemaal bang. Een voor een druppelden ze binnen. Zelf dat Lekkere Ding van de kassa, natuurlijk aan de kassa horen leuke jonge dingetjes, was er. Bij de brand had ze met grote ogen trillend van angst staan kijken, ze ging pas weg toen de clown zo’n glimmend folie over haar legde, haar omhelsde en bij de schouders meevoerde. Haar hoofdje op zijn schouder zo schuifelden ze weg. Nu zit ze altijd naast de clown, schenkt hem zelfs zijn borreltjes in.

Vanavond kijken ze allemaal Mary Poppins samen, ze kijken iedere avond iets samen, eigenlijk kijken ze samen allemaal de hele avond tot de Grote Dame moe is en zegt dat ze eens gaat slapen. Dan staat iedereen op. Die laatste die naar boven gaat is die oude vriend, de man die net als de Grote Dame alles heeft gezien en alles weet. Wat de allemaal weet, weet niemand, ze noemen hem de Pastoor want hij wrijft zijn handen steeds met zo’n tevreden blik draaiend in elkaar. Hij steunt de Grote Dame altijd, en soms zegt hij zomaar, haast voor zich uit mompelend: “Tsja, ik weet er alles van.” Het blijft onduidelijk waarvan hij weet.

Bij de schoorsteendans van Dick van Dyck kan de Danseres het niet meer houden, hoewel ze altijd heel stil zit, komt er nu beweging is, eerst wipt haar voet op en dan twee voeten en opeens staat ze naast haar stoel, ze doet alle gebaren en bewegingen in het klein na, zonder dat het iemand stoort of iemand. De danseres is al wat ouder maar haar minnaar, de Atleet is er niet minder vurig om. Hij is knap de minnaar, een kop groter dan de danseres. Een echte Atleet, in het circus stond hij altijd onderaan de menselijke Pyramide, hij kon wel zes mensen op zijn sterkte beenspieren dragen. Tegenwoordig is hij iets ronder geworden, iets strammer, misschien. En soms is hij heel lang, heel stil.

Ze hebben niet alleen het circus gemeen, ze hebben ook een doodsangst voor corona gemeen, behalve de vrouw van de Grote Dame, die kennelijk nergens bang voor is.

De Dominee noemde de corona: “Een nieuwe brand, een brand die we er niet bij kunnen hebben.” En daar was iedereen het mee eens. Ze waren allemaal op bezoek gekomen, de een na ander en allemaal niet meer weggegaan. Toen gaandeweg bleek dat niemand ziek was of werd was het de veiligste haven die ze konden bedenken. Alleen de vrouw van de Dame was misschien een risico maar misschien ook niet. Het bleek voldoende om te denken dat ze immuun was. En eigenlijk was ze er niet zo heel veel, ze keek zelden televisie mee. Ze ging na het fietsen en het eten al vroeg naar bed, niet nadat ze eerst hartstochtelijk met de Grote Dame had gekust, die dan wanneer ze de deur uitliep altijd even haar mond schoonveegde met een wat verbaasde blik in haar ogen.

“Zo mooi, deze film, zo intens prachtig, ik voel het diep in me,” zegt de Grote Dame en kijk naar haar onderduikers naar haar hofhouding. “Ik heb een idee. Zo’n mooi film zien we toch niet gauw meer. Een film die ons zo diep raakt. Als we nu eens allemaal een vlieger oplaten.” De danseres moet lachen en draait om haar as : “Come lets fly a kite” zingt ze. “Nee,” zegt de Dame, “domoor, dat was metaforisch bedoeld, ik bedoel we vertellen elkaar het verhaal, het belangrijkste verhaal uit ons leven. Ons eigen verhaal, of ons liefdesverhaal, ons grootste drama, de domste fout, de mooiste liefde, het kan me niet schelen, als we maar moeten huilen en allemaal iets voelen, als we allemaal maar een beetje kerstgevoel krijgen. Kunnen we dat?”

Niemand zegt wat. Dat is me een opdracht, komen ze daar onderuit, je ziet het ze denken. “Tsja,” zegt de Pastoor, “daar zeg je wat. Ik weet er alles van. Tsjonge, nou.” En daarmee is het besloten. De Grote Dame staat op, rekt zich uit, oh, ze is al ouder maar je ziet aan elke beweging dat ze leeuwinnenbloed heeft, lang en soepel schrijdt ze weg, de kamer uit. Bij de deur draait ze zich tergend elegant om. “Hoeveel weken is het nog, tot de kerst? Iedere week een verhaal en soms twee, of zo? Ik verheug me zo!”

Het gezelschap zit bijeen. Het is opeens iets donkerder in de kamer, als de Dame weg is. Alsof ze altijd een zacht licht uitstraalt. Alle gezichten kijken elkaar iets wanhopig aan. Tot, tot ieders verbazing, het meisje van de kassa, het Lekkere Ding, de stilte doorbreekt. Haar stem slaat over, haar gezicht rood van de spanning maar hakkelend en toch met een blije toon zegt ze: “Nou, dat is goed, ik begin. Maar eerst even nadenken. Een paar daagjes nog en dan vertel ik een verhaaltje, het gaat over een vogeltje. In een kooitje.”

En daarmee is de eerste dag onder de pannen en halen ze allemaal opgelucht adem, ze hebben nu nog even tijd. “Ik ga ook maar eens slapen, “ zeggen ze allemaal tegen elkaar. Een “Welterusten”. En “Gute Nacht,” want ze zijn circusmensen en die zeggen de dingen wel eens anders dan de gewone burgers. “Gute Nacht!


Reacties

Populaire posts van deze blog

Deel 2: De Grote Dame, Raya Lichansky

Laatste deel, Kerstavond in a Circus Carol. Paden in de Sneeuw

Deel 9, de ex van de Grande Dame. Een spel met geluk