Laatste deel, Kerstavond in a Circus Carol. Paden in de Sneeuw

 

Wat een avontuur. A Circus Carol komt tot een einde. Natuurlijk op Kerstavond. Overal verzamelen zich kleine groepjes, niet meer dan vier, om samen die twee wonderlijke dagen te beleven. Met elkaar te koken, iets teveel te snoepen, mooie muziek te luisteren, een cadeautje uit te pakken of elkaars aanwezigheid als het echte cadeau te zien.

Hoe gaat het eindigen in de boerderij van de Grote Dame? En wie is Cora?

Dank lieve schrijvers, voor jullie schitterende verhalen. Ik denk dat jullie de komende dagen nog veel zullen worden gelezen. Voor liefhebbers, alle verhalen staan ook op mijn blog.  Dank Leen, dank Raya, dank Eugenie, dank Ranjith, dank Beatrix, Erica en natuurlijk Larisse, want jij bent de meebedenker en hielp in de chaos en bovenal maakte naast twee verhalen ook die prachtige illustraties.

Zalig Kerstfeest lezers en schrijvers.


Paden in de sneeuw

Door Felix Wilbrink

Toen alle verhalen waren voorgelezen of waren beleefd,  zuchtte de Grote Dame. En alle aanwezigen in de kamer zagen dat ze ontroert was. Dat gebeurde niet snel bij haar. Het was een opluchting voor ze, zonder haar goedkeuring ging het toch allemaal niet zo lekker als met. De danseres kroop tegen haar man aan, nu was het gezellig, nu konden ze ontspannen. De clown en zijn meisje durfden openlijk tegelijk een borreltje te drinken en de pastoor grinnikte omdat hij wel wist dat hij met zijn raadselverhaal door het oog van de naald was gekropen. Warm bijeen, allemaal, wat snoepen, wat drinken. Nu was het rust, ze hadden allemaal genoeg gezegd.

Tot de tuindeur openging. IJskoude lucht woei naar binnen, daar stond de vrouw van de Grote Dame. Vreemd, hoe waren ze haar nu helemaal vergeten? Omdat ze er nooit was, omdat ze altijd vroeg naar bed ging? Omdat niemand wist wat ze overdag deed? En hoezo was ze eigenlijk de vrouw van de Grote Dame? Niemand had ze ooit samen gezien. Het bed deelde de Grote Dame met haar oude leeuw Johannes.

De kou stroomde snijdend de kamer in, ze keken verward naar elkaar, wie ging er wat van zeggen, wist iemand wat ze wilde? Dan nam ze een stap naar binnen, er viel ijs en sneeuw van haar jas. Heel langzaam draaide ze zich om en sloot de deur. Opluchting onder de groep. Iedereen zocht naar de verdwenen warmte. De vrouw stond nog stil voor de deur en pelde haar jas af, in een meter omtrek alleen maar troep van gesmolten ijs, van modder van haar grote laarzen. Grote handschoenen, een en bonte grote muts. Eindelijk, het was klaar. Ze stond in een wollen jurk, met dikke sokken er onder. Dan keek ze groep door. Ze keek iedereen aan. Iedereen in de ogen. Net te lang, en toen merkten ze allemaal opeens dat ze zaten te wachten op haar stem, dat ze eigenlijk niet eens wisten hoe ze klonk, had iemand haar ooit horen praten? Ja, fluisterend wanneer ze je een cadeautje gaf. Lief, zeker, zacht, heel zacht: “Hier, voor jou…” Maar verder. Ze naar de boom. Ze keek onder de boom. Daar lag niets, ze hadden besloten dit jaar geen cadeautjes te geven. Maar de schaamte was instant collectief. Er lag inderdaad niets, niets voor de vrouw die iedereen de afgelopen week steeds van de fijne kleine dingen had gegeven. Niet het was niet veel, maar telkens zo goed gekozen. Een zakje cacao om warme chocolade mee te maken, een Indische haarspelt, een snorborstel, een crème, een geurkaars, een tijdschrift, iedereen had iets van haar gekregen en niemand was op het idee gekomen iets voor haar te kopen. De fout hing in de lucht. De vrouw liep naar de Grote Dame. Wat een prachtige elegant gebaar, een snel gevonden groot kussen, een uitnodiging aan haar voeten te gaan zitten. De Grote Dame aaide door haar natte haar. Ze nestelde zich en eenmaal warm keek ze weer door de groep.

“Ik zal me dan maar eens voorstellen. Mijn naam is Cora.  Iedere dag wanneer ik hier wegga ga ik naar een verpleegtehuis. Eigenlijk weten we als verplegers allemaal dat onze patiënten  niet veel tijd meer hebben. We hoeven niet heel  voor ze te doen. Pijn bestrijden, licht eten, af en toe een slok bouillon als het lukt, verschonen, het kost zoveel kracht maar ze voelen zich zo weer mens in hun schone pyjama’s. Ik onthoud de pyjama’s  en koop er precies dezelfde bij. De familie is toch altijd te laat met schoon goed. Op zondag ja, dan komen ze maar dan is er al een lange week eenzaamheid  voorbij. Ik vind het leuk om mensen dingen te geven. Ze hoeven het niet eens te weten. Het is soms zo mooi om mensen nog net iets te geven voordat ze hun ogen sluiten. Voordat ze gaan. Daarom het ik jullie allemaal een cadeautje gegeven…”

Alle aanwezigen vergaten te ademen toen de laatste zin tot ze doordrong. Was er paniek? Nee, niet echt maar een gevoel van onzekerheid wel. Hadden ze dat wel goed gehoord? Een cadeautje geven voor ze hun ogen sluiten? Wat betekende dat?  De vrouw draaide haar gezicht naar de Grote Dame, die als enige niet verontrust leek, haar eerder met een hoofdknik leek aan te moedigen. “Je schiet nooit zonder een afspraak met het leven te maken,” zei ze. “We weten allemaal wat de Grote Dame is overkomen.  Hoe ze haar eigen leven heeft moeten verdedigen. Zoiets geeft kracht, het Kwade verslaan, maar het drukt ook, altijd. Je sleept het mee, zoals Marley zijn kettingen meesleept. Scrooge vraagt in A Christmas Carol bij de aanblik van de verlaten leunstok van de Tiny Tim of hij nog wat aan het lot kan veranderen. “Misschien,’’ zegt de geest, “misschien.” En dat is zo, jullie kunnen allemaal wat aan jullie lot veranderen, behalve hier blijven. Want waarom zijn jullie hier, allemaal bang voor corona? Allemaal bang dat het virus jullie treft, maar ieder van jullie heeft zoveel meer dan een virus overleefd? De liefde, je liefde, de eenzaamheid, de drank, je eigen geest, je verwondingen, zelfs de klauwen van Johannes, al jullie verhalen zitten vol met dat kostbare sap dat je ook wel leven kan noemen. En jullie zitten bang bij elkaar? Elkaars handen vasthouden en meer nog de handen van de Grote Dame vasthouden. Pastoor, heb je geen gemeente om voor te preken, ja, de Kok, vreselijk je wonden, ja, maar heb je goed gekeken? Ze zijn al jaren niet meer zo diep als in je geest. Natuurlijk, het is niet eenvoudig maar het kan, jij kan naar buiten en hebt zo klanten die jouw unieke keuken willen proeven. En jij dan, kassa-meisje, lekker ding, met de minnaar die vast wel een keer komt. Wanneer dan? Moet jij niet eens op zoek? Lach maar naar alle mensen, Veronica, zet op je blauwe hoed, en zoek je vriend maar goed!”oe Hoe  H Hoe H

En daar zaten ze dan, de gevluchte vrienden, de hofhouding van de Grote Dame. Je voelde de brok in hun keel. Je kon de onzekerheid haast meten. Nog steeds stil, wat was dit voor oordeel? Ieder voor zich zocht in zijn eigen verhaal. Wat hadden ze nou precies verteld, wat hadden ze beleefd. Waar ging het om in hun leven. Dan die stem weer, Cora, niet langer zo zacht of vriendelijk maar eerder afgemeten: “Zitten jullie echt allemaal vast aan dat circus, dat verdomde circus. De brand erin was het beste was de Grote Dame ooit heeft gedaan. Kijk eens naar haar, ze speelt met het leven, ze speelt met de dood, ze is vrij. Waar wachten jullie eigenlijk op? Tot de geur van brand uit jullie herinnering is? Tot je liefde eindelijk dood is, tot wonden weer opnieuw opengaan.”

Cora draaide zich naar de Grote Dame die verder ging met het strelen van haar haar. Die keek naar beneden met in haar blik een enorme belangstelling, nieuwsgierig naar hoe het verhaal verder zou gaan, hoewel, je kon in haar ogen lezen dat ze dat verdomd goed wist. Alleen nog niet precies hoe het er zouden komen. Opnieuw die knik. Cora’s stem droeg bij de volgde woorden tot elke hoek van de kamer, overal vielen de woorden helder als kristal in de hoofden, in de gedachten, in de schoot, in de oren van de aanwezigen: “Jullie zitten hier omdat jullie bang zijn. BANG voor MIJ! Bang voor wat ik met jullie zal doen. Schuilen voor buiten. Schuilen voor de Covid. Zegt mijn naam jullie nu nog niets? Cora…corona… Ik ben al lang binnen. Jullie angst heeft helemaal geen zin meer, bij ieder cadeautje heb ik ieder van jullie aangeraakt, ieder van jullie met je naam een beetje van mezelf gegeven. Ingefluisterd, via je oren, ogen, ogen, neus, mond of hand. Ik heb tussen jullie gelopen en jullie hebben me niet gezien, jullie hebben me niets opgemerkt. Waar jullie bang voor zijn, loopt tussen jullie in, en jullie zien het niet….” Dwingender en hoger haar stem, ieder woord scherp. De ontzetting op de gezichten doet haar niets, ze kijkt haast vrolijk, in ieder geval voldaan. En nog steeds zijn de kelen om haar heen dichtgesnoerd. Niemand krijgt een woord gezegd, totaal van zinnen berooft en dan hoor je haast de ontzetting in de ademhaling, dan bukt de Grande dame zich lenig naar voren en kust Cora vol op de mond.

Er gaat een siddering door de groep, iedereen staat op het punt iets te zeggen. Heel snel naar elkaar kijken, armen en benen beginnen te bewegen, vluchten, rennen, of is het te laat…

De Grote Dame heft haar hand op. Meteen is het weer stil. Haar stem is als altijd verleidelijk, zwoel haast, geleefd, ja, dat zeker, maar met met een onweerstaanbaar timbre. “Het wordt tijd dat jullie gaan leven, lieve kinderen. Ik heb deze kerstavond gekozen om jullie buiten te zetten. Zoals Maria en Jezus buiten stonden. Je kan niet leven hier binnen, je kan niet je hele leven vluchten, je kan niet altijd maar schuilen. Het is tijd om jullie levens nieuwe kleur te geven, het is tijd om eindelijk uit de bubbel te stappen. Wat is dat allemaal bij mij zitten? Altijd hier binnen, en niet eens meer weten dat er een buiten is? Het is tijd dat jullie angst voor het leven, echt leven wordt. Jullie gaan zo pakken. Jullie gaan de straat op, allemaal. Daar, door die deur. Ik zal jullie allemaal omhelzen, ik zal jullie stuk voor stuk in mijn armen nemen zodat je mijn liefde voelt maar hier kunnen jullie niet blijven. Heeft Cora jullie aangestoken? Jullie weten het niet, dat weet alleen zij. En ze zal er niets over zeggen. Heeft ze mij aangestoken, zelfs ik weet het niet. Ga naar buiten, loop de sneeuw in en zoek er de sporen van je eigen leven in, loop tot je voelt waar jouw huis is. Tot je een plaats weet waar je zelf mensen voor Kerst kunt uitnodigen, tot voelt dat je hart naar andere kijkt en ze omhelst en je ze binnen laat. Niet te lang, gewoon een mooie avond, gewoon een paar dagen. Ga maar en heb het koud, ga maar en aarzel, ga maar en voel je alleen, ga maar tot je niet verder wilt en bouw daar tot je warm bent en je van je leven houdt. Ga en voel de wind op je huid en voel in je lijf of Cora’s liefde je heeft geraakt of niet.”

Daarna ging het snel. Een half uur of langer of korter. De Grote Dame  kuste ze allemaal, hield de extra stevig vast, keek ze diep in de ogen en schudde ze. Alsof ze de angst uit hun lijven schudde. En toen zette ze de deur open. De deur naar haar tuin, de deur naar de velden om haar boerderij heen, de deur naar de einder. En in de sneeuw zagen ze allemaal negen sporen. Voetstappen alsof er net iemand had gelopen. “Ga maar gauw,” riep de Grote Dame, misschien haal je jezelf nog in.” En weg waren ze, haastig hun voeten in de indrukken  in de sneeuw. Niemand aarzelde, ze wisten allemaal wat hun pad was.

De Grote Dame draaide zich om naar Cora. “Zijn ze ziek?” “Misschien,” zei Cora, “misschien waren ze het al, misschien niet.” En ze verwaaide als tocht, de deur uit. De Grote Dame glimlachte, rekte zich uit. “Westenwind zeker, weet je zeker dat je Cora heet? Dag Mary, dag Mary Poppins…”  Heel langzaam en zorgvuldig sloot de Grote Dame af. En deed de lichten uit. “Johannes, schuif eens op…”

Reacties

Populaire posts van deze blog

Deel 2: De Grote Dame, Raya Lichansky

Deel 9, de ex van de Grande Dame. Een spel met geluk