Deel 8 van A Circus Carol. Eugenie Keizer, Grijze Muis

 De eerste vorstdag. Kan het mooier voor verhaal 8 uit onze wondere serie A Circus Carol. Het is de beurt aan Eugenie Keizer, keramiste te Cothen. Toen ik Eugenie leerde kennen, schreef ze verhalen, gedichten, ze schilderde, speelde piano, gaf boksles en blies zelfs enige tijd op een klarinet. Kortom eindeloos! Het kenmerk in al haar werk, doe het nooit zoals het wordt verwacht.


Deel Acht, de Grijze Muis

Veilig bij mij

Door Eugenie Keizer

 Ik was er altijd al hoor, maar men heeft mij nooit opgemerkt of gehoord of gezien. In het circus is genoeg ruimte om je uit het zicht op te stellen maar dan net zo dat je de anderen kunt zien en vooral kunt horen. Het oude circus heeft voor mij geen geheimen. In tegendeel…..
Mijn relaties waren kort. Steeds weer werd ik ingeruild voor ander grijs. En hoeveel tinten dáárvan zijn! Moe van dat al dwaalde ik rond en rond en rond tot ik bij toeval bij het circus terecht kwam. Vermoeid trad ik de circustent binnen en wilde maar wat graag aan de slag met mijn pootjes. Gewoon dingen doen. Niets bijzonders. Maar o jee, wat een drukte. Iedereen was ergens mee bezig. Niemand had oog voor iets anders dan alleen dat waar men op dat moment mee bezig was. Gesleep met zware masten, opklapstoelen, touwen, springkussens en veel meer. Niemand had oog voor iemand anders. Iedereen deed wat gedaan moest worden. Snel en nog sneller. Dus had men ook geen oog voor mij. Zacht piepend trok ik me terug uit deze drukke wildernis en vond ik een plekje in een houten doos, dáár net achter het gordijn waar, zo bleek, de artiesten opkwamen. Al snel maakte ik er een huisje van. Eentje voor mij alleen. Heerlijk! Dat kon makkelijk met al het hooi en stro dat bij een circus hoort. De doos stond in de laatste plooi van het gordijn. Van het open en dichtgaan ervan merkte ik niets dan alleen even een zwoele zwaai. Waar ik wel veel van merkte waren de gesprekken die de circusartiesten nét voor het opgaan hadden. Met elkaar of met zichzelf.
Tussen dat alles door ging ik vaak op zoek naar heerlijkheden. Die waren makkelijk te vinden in de keuken van het circus. Een kleine keuken, dat wel. Eentje waar de kok nog maar net met zijn grote lichaam in paste en ronddraaiend met pannen en potten in de weer ging. Er lag altijd wel iets om te peuzelen. Het lievelingssnoep van de kok was kaas. Altijd kaas. En nu hou ik er niet zo van, maar… het kwam wel goed uit als ik niet te veel wilde zoeken naar eten. Kruimels kaas lagen overal.
De kok maakte ook altijd grote meneren geluiden. Het leek alsof hij met zware stem zijn armen dirigeerde, zijn handen dat lieten doen wat moest. Hup, flops, joepetee! En daar gingen weer ingrediënten in een grote pan. Tussen het dirigeren door pakte hij dan een stukje kaas. Achteraf bekeken was het niet de kaas die me trok; het was zijn stem, zijn bewegen, zijn zijn in dat kleine keukentje.
Voor ieders optreden, al was het voor een oefening of première, bleven de artiesten achter het gesloten gordijn staan wachten tot de laatste muzieknoten van hun voorganger overging in het riedeltje van aankondiging door de stalmeester. Net daarvoor kwamen de meeste artiesten al pratend binnen. De clown die steeds herhaalde dat hij niet moest vergeten de trampoline een stukje opzij te zetten. Hij zei het zo vaak achter elkaar! Dat zou hij echt niet vergeten.
De grote dame stond er ook wel eens. Handenwrijvend en met een grote lach op haar gezicht. Snel om zich heen kijkend of ze wel alleen zou zijn. Met schrille doch stille stem zei ze dan altijd woorden als: “Iedereen aan het werk, lekker verdienen, zal eens ophouden, hoe eindigen?” De betekenis van die woorden waren mij toen onbekend.
Ah, en dan de pastoor. Hij liep altijd door alles en iedereen heen voor een praatje, maar daar had niemand tijd voor. Vaak zat hij ergens in het publiek stilletjes voor zich uit te kijken. Dit in tegenstelling tot de danseres die van ieder geluid een muziekstuk maakte door erop te bewegen. Een simpele ‘ping’ of handengeklap van het publiek. Vlak voor haar optreden kuste haar vriend haar vurig. Altijd en net op tijd voor het gordijn open zou gaan. Tussen het kussen door woorden als trouwen, altijd, samen, kinderen en vrijheid. En soms, soms droomde ik met ze mee. Dat hij graag boodschappen deed, wist ze. 
Na zijn dienst, trok de kok zijn te grote en bij schouders afhangende linnen colbert aan. Met een grote zwier zijn armen erin. Sjaal, hoed, om het af te maken en zo verliet hij de keuken. Met grote stappen en de gedachte de boel de boel maar even te laten. Het was zijn laatste dienst als kok toen onze blikken elkaar kruisten. Zijn ogen op de kaas, mijn handjes aan de kaas. Met een harde lach pakte hij me op en snoof even aan mijn snuitje. Ik was vertederd door zijn blik, zijn warme handen en ik liet me meenemen. Vanaf toen waren we samen.
Mijn verhaal is er geen om te delen met de aanwezigen in de boerderij. De verhalen zijn allemaal veilig bij mij en zo wil ik het houden. Ik deel ze met niemand dan alleen met u, beste lezer.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Deel 2: De Grote Dame, Raya Lichansky

Laatste deel, Kerstavond in a Circus Carol. Paden in de Sneeuw

Deel 9, de ex van de Grande Dame. Een spel met geluk