Deel 6 van A Circus Carol Het Lekkere Ding
De Grootste Liefde
door Larisse Buijze
Het Lekkere Ding nestelt zich op de schommelstoel en slaat
een deken over haar benen. Heerlijk vindt ze het, hoe de warmte haar als liefde
omarmt. De schommelstoel behoort eigenlijk toe aan de Grande Dame, maar voor
deze gelegenheid mag Het Lekkere Ding haar troon bestijgen. Ze wordt er
verlegen van. Haar koontjes kleuren nog roder dan de kerstballen aan de boom.
Ze is niet gewend een gezelschap toe te spreken. Het maakt haar nog nerveuzer
dan normaal en ze wiebelt een beetje. Dat doet ze altijd als ze opgewonden is.
Ze wiebelt net genoeg om de stoel te doen schommelen en door het wiegen van de
stoel voelt ze zich meer op haar gemak. En ook een beetje doordat de clown
naast haar zit.
Nog ietwat ongemakkelijk schraapt ze haar keel en dan begint
ze te praten. Haar stem is hoog en danst als een kabbelend beekje. Eigenlijk
maakt het helemaal niet uit wat ze vertelt. Vanaf het moment dat ze spreekt
vult een ademloze stilte de ruimte. Zo wonderschoon als ze oogt, zo prachtig
klinkt ze, het Lekkere Ding. Het gezelschap hangt aan haar lippen. Tevreden
leunt de Grande Dame achterover in haar fauteuil. Dit was een goed idee, een
verdomd goed idee als ze het zelf mag zeggen. De boze bange buitenwereld is op
slag vergeten. Van zum Tode betrübt naar Himmelhoch jauchzend.
Het is precies waarom ze groots is, de Dame.
“Ik was niet altijd een kassameisje,” begint het Lekkere
Ding, “wat jullie niet weten, is dat ik opgegroeid ben in het circus. Mijn papa
had een vuur act bij een groots en wereldberoemd circus.” De kamer vult zich
met ‘oohhhh’s’ en ‘aaaahhh’s’. Behalve de pastoor. Die wrijft in zijn handen en
zegt “Tsja, tsjonge, daar zeg je me wat. Ik weet er alles van.” “Papa verzon de
ene vlammende act na de andere”, vervolgde het Lekkere Ding, “en iedereen zat
altijd op het puntje van zijn stoel. Mijn papa had great balls of fire. Zelf
stond ik altijd tussen de coulissen en keek vol bewondering naar mijn stoere
papa waar de vonken vanaf vlogen.” Ze pauzeert even en haar wangen kleuren zo
mogelijk nog roder terwijl het duidelijk is dat ze in gedachten weer even
tussen de coulissen staat. “De Zoon van de Circusdirecteur keek ook altijd
vanuit de coulissen naar mijn papa. Als zijn vader was hij een nogal deftig
heerschap. Hij zag er altijd uit om door een ringetje te halen. Zijn haar droeg
hij naar achteren, glad en glanzend van de Pomade. Al zou een leeuw hem vol in
zijn gezicht brullen, zijn coupe bleef altijd feilloos in model. Ik was altijd
een beetje bang dat hij vlam zou vatten” Ze giechelt even en haar lach klinkt
als een sprankelend watervalletje. Verlegen slaat ze haar ogen neer, alsof ze
zich net pas realiseert dat ze nog nooit zoveel achter elkaar heeft gesproken
in het gezelschap. Ze draait haar kontje wat verder in de schommelstoel en
trekt de deken wat strakker om zich heen. “Hij was altijd erg aardig tegen mij,
de Zoon van de Directeur. Hij nam zijn hoge hoed voor mij af en maakte altijd
een buiging. Ik werd er een beetje verlegen van. Op een dag nodigde hij mij uit
voor een wandeling. We waren met het circus in Parijs weet je…” Het gezelschap
dat al die tijd muisstil heeft geluisterd, roept ‘ooooh’ en ‘la la’, behalve de
pastoor die in zijn handen wrijft en alleen maar ‘mais qui’ uit kan brengen.
Het Lekkere Ding laat haar blik even door de ruimte glijden. “Parijs is
prachtig, de stad van de liefde natuurlijk. En de Zoon van de Directeur maakte
er geen geheim van dat hij genegenheid voor mij voelde. Maar…” Het Lekkere Ding
valt stil en slaakt een diepe zucht. “Eerlijk gezegd was het de Acrobaat die
mij in vuur en vlam zette, elke keer wanneer hij hoog aan zijn trapeze heen en
weer zwiepte.” Ze vouwt haar handen en kijkt omhoog, alsof ze de Acrobaat nog
ziet zwieren en zwaaien. Ook de anderen kijken omhoog. Het lijkt waarachtig wel
alsof er iets of iemand misschien, boven hun hoofden slingert. De Grande Dame
legt haar hand op haar volle boezem en zucht. Janka, de vrouw van, kucht en als
je niet beter zou weten, zou je denken dat ze een traantje weg kuchte. De Clown
schenkt nog snel een borreltje in. Het Lekkere Ding zucht zoals alleen
verrukkelijke dingetjes kunnen zuchten. “Mijn papa vond het niks, een acrobaat
als schoonzoon. Hij werd er een beetje draaierig van. De Zoon van de Directeur
was een veel betere partij, zei hij. Die zou mij alles geven wat mijn hartje
begeerde. En ik luisterde naar mijn papa, want wie met vuur speelt… Nu ja, dat
hoef ik jullie niet te vertellen. En dus trouwde ik de Zoon van de Directeur.
En mijn Papa had gelijk, de Zoon van de Directeur was heel gul en gaf al was
het niet wat mijn hartje begeerde. We woonden in een prachtige wagen. Bijna net
zo mooi als die van de Directeur zelf. Maar toch werd ik elke dag een beetje
verdrietiger. En telkens als ik verdrietig was, maakte de Zoon Van onze wagen
mooier. Hij hing allemaal gekleurde lampjes op en maakte een dakraam zodat ik
de sterren kon zien en voor de ramen maakte hij gouden tralies zodat ik mij
veilig zou voelen. Maar liefde laat zich niet vangen en zeker niet in een gouden
kooitje.” Iedereen schudt nee en de Pastoor zegt bijna driftig “tjsonge nee
zeg, daar weet ik echt alles van” en iedereen weet dat het waar is, want liefde
is iets hemels en groots. Veel te groot voor een kooitje zelfs al is het dan
van goud.
“Telkens als ik de Acrobaat zag,” vervolgt het Lekker Ding
haar verhaal, “maakte mijn hart een sprongetje. En iedere keer als ik hem aan
de trapeze zag zwaaien, was het alsof ik zelf zweefde. Hij was zo lenig en
sterk en zo in balans dat ik er helemaal van in de war raakte.” Nu is het doodstil
in de kamer. Want iedereen begrijpt hoe de liefde verwart en verrukt en je een
beetje hoteldebotel maakt. “Mijn naam klonk anders als hij het zei. En ik
voelde mij niet verdrietig of onzeker maar sterk en veilig en een beetje warm.
Of eh, nu ja, best wel heet eigenlijk.” Een beetje beschaamd slaat ze haar ogen
neer. Als ze weer opkijkt, dansen er sterretjes in. “Eerst spraken we elkaar maar
soms, maar dat gebeurde steeds vaker. Hij praatte net zo gemakkelijk als hij
aan de trapeze zwaaide en we hadden het over van alles en nog wat. Over koetjes
en kalfjes, over honden en fazanten, over koken, over sterren en over dat de kerstboom
wel wat meer lichtjes kon gebruiken. Op een dag vertelde hij hoe graag hij eens
wilde leren koorddansen en ik vertelde hem hoe graag ik achter de kassa van het
circus wilde werken. Zie je, de Directeur vond dat niet gepast voor de vrouw
van zijn zoon en mijn papa was het met hem eens. En de Zoon Van, nou ja, die
vond dat ik al alles had wat mijn hartje maar kon wensen..” Ze zucht. “Maar hij
had zich helemaal nooit zo verdiept in mijn hartje, anders had hij geweten hoe betoverend
het mij leek om achter de kassa te werken. Al die stralende gezichten, al die blije
mensen, al die opwinding. De een komt voor de clown, de ander voor de
leeuwentemmer en weer een ander voor de danseres. Werkelijk iedereen is verrukt
van iets anders en toch is er geen verdeeldheid. De Acrobaat begreep dat en op
een dag zei hij dat ik gewoon mijn hart moest volgen. Het leven is te kort om
in een kooitje te zitten. Zelfs al is het kooitje van goud. En dat deed ik,
mijn hart volgen bedoel ik. Ik kuste de Acrobaat vol overgave. En toen… en
toen…” Het is zo stil dat je een speld kunt horen vallen. Iedereen luistert
ademloos toe. “En toen kuste hij mij terug.” Meteen klinkt een luid applaus, de
kamer vult zich met blijdschap en iedereen omhelst elkaar. Behalve de Pastoor.
Die wrijft in zijn handen en zegt “Tsja, juist ja, tsjonge daar weet ik
natuurlijk niets van.” En dat was natuurlijk waar. “Maar eh, waar is die
Acrobaat nu dan?” Er valt een oorverdovende stilte en iedereen kijkt vol
afwachting naar het Lekkere Ding dat op een of andere manier net nog weer een
beetje mooier is geworden. Een
raadselachtig glimlachje speelt op haar prachtige kusbare lippen.
“Ik hou van de Acrobaat en de Acrobaat houdt van mij. En het
was natuurlijk wel een beetje complex en niet zoals het hoort en zo, maar het
leven is gewoonweg te kort om niet zielsgelukkig te zijn.” Ze werpt de Clown
een warme blik en hij knijpt even in haar hand. “Toen ik het mijn papa
vertelde, spuwde hij natuurlijk vuur. En nadat ik de Zoon Van had verteld dat
ik toch eigenlijk de Acrobaat iets liever had, werd het natuurlijk wel een heel circus. De
Grande Dame schiet in de lach “Ik ben dol op een circus!” Het Lekkere Ding
grinnikt. “Nou ja, het werd allemaal wel wat ingewikkeld. De een was voor en de
ander was tegen en sommigen gingen zelfs demonstreren en zelfs in het publiek
had iedereen een andere mening waardoor we de mensen op de tribune gewoon
anderhalve meter uit elkaar moesten zetten zodat de voorstelling toch gewoon
door kon gaan.” Iedereen knikte of schudde heftig zijn (of haar natuurlijk)
hoofd want niet alleen de Pastoor, maar iedereen weet daar alles van. “Maar hoe
gaat het nu verder?” roepen ze in koor. Het Lekkere Ding lacht haar meest
lieftallige lach. “Ik zal het jullie vertellen. We konden natuurlijk niet bij
het circus blijven en dus spraken we af om ons hart te volgen en eerst onze
eigen weg te vinden. De Acrobaat zou leren koorddansen en ik zou een baan aan
de kassa vinden bij een heerlijke circus. We hadden afgesproken om elkaar een
jaar later op kerstavond in Parijs weer te ontmoeten als we allebei de rest van
ons leven samen wilden doorbrengen. Dat was eigenlijk vorig jaar, maar ja, die
pandemie gooit een beetje roet in het eten.” “Maar wat ga je nu doen?, vraagt
Mooi Muisje verschrikt, terwijl het hele gezelschap haar geschrokken aan kijkt.
“Ben je dan nu niet bang dat je hem nooit meer ziet?” “Nou..”, antwoordt het
Lekkere Ding en iedereen draait in één beweging zijn (of haar natuurlijk) hoofd in haar richting. “Zoals Mary Poppins zegt: “I’ll stay
till the wind changes. En ik voel het gewoon diep van binnen, hier,”
zegt ze terwijl ze haar hand op haar hart legt, “dat het goed zit. Echte liefde
vindt altijd een weg. En weet je, het is bijna kerstmis en dan geloof ik altijd
net een beetje meer in wonderen dan anders.”
Even is het doodstil en dan springt de Grande Dame op vanuit
haar fauteuil. “Zo mooi!”, roept ze uit. “Zo intens prachtig! Ik voel de
liefde, de intense grootse ware liefde. En ik voel dat het goed komt.” Het Lekkere
Ding straalt. “En zo is het! Het is geen einde. Het is een nieuw begin.” En met
die woorden slaakt iedereen een diepe zucht van opluchting. “Welterusten”,
zeggen ze en sommigen zeggen “Gute Nacht.” Maar allemaal, zelfs de Pastoor,
dromen ze vannacht over de liefde. De echte verrukkelijke grootse liefde die
veel groter is dan welke pandemie ook.
Reacties
Een reactie posten