Deel 4 van A Circus Carol De Danseres
Kerstverhaal van De Danseres
Beatrix Baerken
Ik twijfelde, nu of een andere dag? In de hoek van de kamer stond de kunstkerstboom een beetje troosteloos te zijn. Valt ook niet mee om een heel jaar opgevouwen in een ouwe kartonnen doos op zolder te staan. Die enkele weken in een verwarmde kamer heb je dan wel echt nodig om weer wat in vorm te komen.
Ik besloot om maar even door te pakken want als ik vlak voor
kerst nog een boom moest optuigen kon je er donder op zeggen dat mijn gasten
voor de verandering te vroeg zouden komen en dan zou ik me ongemakkelijk
voelen. Ik trok de doos waarop ‘Kerstballen’ stond naar me toe, wetende dat ik
mezelf dezelfde vraag zou stellen als ieder jaar: hang ik haar wel of niet in
de boom?
Ze lag bovenin, zorgvuldig verpakt in een laagje watten en
daaromheen bubbeltjesplastic. Het porseleinen danseresje, de kleuren van haar
tutu wat verbleekt en de schoentjes hier en daar afgeschilferd, maar de
elegantie was in al die jaren even betoverend gebleven.
Mireille, het favoriete miniatuurtje van mijn vader, genoemd
naar zijn favoriete dochter.
Die dochter, mijn halfzus die ik nooit ontmoet had maar die
het voorbeeld was waar ik nooit aan had kunnen tippen, die ik zo bewonderde en
die ik haatte omdat ik jaloers was tot op het bot.
Mireille, een naam als een vlinder die van bloem naar bloem
danst. En niemand danste zo mooi en sierlijk als Mireille, zo vertelde mijn
vader. Hij zag haar voor het laatst dansen toen ze zeventien was tijdens een uitvoering
van het conservatorium waar ze les had. Toen verliet hij haar moeder voor mijn
moeder en werden alle contacten verbroken.
Ik was een jaar of zeven toen ik op ballet ging. De meeste
meisjes zouden het geweldig gevonden hebben maar ik had liever paardrijles
gehad. Maar er viel niet te kiezen, mijn toekomst was in de sterren geschreven,
althans in de sterren van mijn vader: ik zou danseres worden.
Jaar na jaar sleepte ik me door verschillende balletscholen
heen, leerde wel dansen maar het ontbrak me aan de lichtvoetigheid die
onmisbaar is als je gewichtloosheid moet uitstralen. Ik denk dat de boerengenen
van mijn Friese moeder mij in de weg zaten.
Tot groot verdriet van mijn vader werd ik afgewezen voor een
studie aan het conservatorium en hij stak zijn teleurstelling niet onder
stoelen of banken. Ik kreeg een baantje als danseres bij een rondtrekkend
circus maar dat was niet de carrière die mijn vader voor ogen gehad had. Ik
voelde dat ik tekortschoot maar ik was Maeike, geen Mireille.
Herinneringen die ik meestal wegduwde maar die steevast
boven kwamen drijven als ik voor kerst de boom ging optuigen. Ja, want dan kwam
ik haar dus weer tegen en ik kon het voor mijn geweten niet verantwoorden om
haar voor eeuwig diep in de kartonnen doos weg te stoppen. Zelfs niet nadat
mijn vader overleden was.
De boom leek zich wat hersteld te hebben nu hij mooi
opgetuigd stond te glanzen in het zachte licht van de lampjes die ik zoveel
mogelijk onder het groen verstopt had. Mireille hing aan een van de bovenste
takken en bewoog zachtjes heen en weer op de opstijgende warme lucht van de
radiator achter de boom. Alle ballen hingen stil waardoor zij extra aandacht
kreeg.
Ik was bijna klaar met het opruimen van de laatste troep
toen mijn telefoon rinkelde.
‘Met Fleur de Bondt mevrouw, bent u Maeike Lefèvre?’
‘Ja, inderdaad, met wie heb ik het genoegen?’
‘Ik ben de dochter van Mireille Lefèvre, uw halfzus. ik zou
graag kennis met u willen maken. Ik ben heel lang naar u op zoek geweest want
ik wist dat u bestond. Uiteindelijk vond ik uw naam in een boek dat u vertaald
hebt en de uitgever gaf mij uw telefoonnummer. Vind u het goed dat ik u kom
opzoeken? ‘
Ik zit niet zo gauw om woorden verlegen maar wist nu even
niks te zeggen. Ik liet me in een stoel zakken en keek naar het danseresje in
de kersboom. Het leek alsof ze me triomfantelijk aankeek.
‘Mevrouw?’
‘Ja Fleur, ik was even overdonderd. Ja natuurlijk mag je me
opzoeken, maar ik weet niet of we elkaar veel te vertellen hebben. Je moeder en
ik hebben elkaar nooit ontmoet, we delen geen geschiedenis. Maar ja, je bent
welkom en noem me maar geen mevrouw, ik heet Maeike.’
Ze leek op mijn dochter, in een iets oudere versie. Ogen als
rijpe hazelnoten in een ovaal gezicht, de huid een beetje olijfkleurig getint
en dezelfde volle lippen als Femke. Mijn voorouders waren Hugenoten en de
Franse genen waren kennelijk sterk genoeg om in verscheidene generaties terug
te keren.
Ze zat op de bank tegenover me. Na het uitwisselen van wat
formele vriendelijkheden bekeken we elkaar met verholen nieuwsgierigheid en
geen van beiden wisten we een begin van een gesprek te maken.
Mijn gevoel was zo dubbel en dat was het eigenlijk altijd
geweest. Ik had verdriet gevoeld omdat ik als enig kind die zus mistte die ik
zo graag had willen hebben, aan de andere kant stond ze altijd tussen mijn
vader en mij omdat ik niet kon voldoen aan de verwachtingen waaraan zij wel had
voldaan. Ik verlangde naar de zus, ik
haatte de rivale. Zij beïnvloedde mijn leven omdat zij mijn zelfvertrouwen
wankel maakte.
‘Jaren geleden heb ik je moeder geschreven met de vraag of
we elkaar konden ontmoeten, we waren toch familie van elkaar, maar ik heb nooit
antwoord gekregen. Dat vond ik jammer want ik wilde graag een grote zus hebben.
Ik had begrepen dat ze nog in het huis woonde waar mijn vader ook gewoond had
en ik heb toen dat adres opgezocht’
Fleur knikte, ‘ja, dat heeft mijn moeder mij verteld. Ze had
je graag willen leren kennen maar mijn
oma verbood haar om contact met je op te nemen en wat oma niet wilde gebeurde
niet. Mijn moeder is bij mijn oma blijven wonen tot ze stierf, ook nadat ze met
mijn vader trouwde. Oma is heel oud geworden.
Ik weet niet anders dan dat zij de dienst uit maakte, zelfs toen ze
hulpbehoevend was.’
‘Maar is je moeder niet gaan reizen, ze was toch danseres?
Ik heb jarenlang affiches en recensies nageplozen in de hoop iets over haar te
lezen. Ik ging ervan uit dat ze een beroemd danseres geworden was, na alle
verhalen van mijn vader. Volgens hem waren er maar weinig meisjes met zo’n
groot talent.’
Fleur schoot in de lach, ‘mijn moeder beroemd? Nee hoor,
soliste worden is maar aan enkelen voorbehouden. Ze was goed, maar niet anders
dan haar medestudenten. Toen ze afgestudeerd was aan het conservatorium is ze
gaan lesgeven en later begon ze haar eigen balletschool.
Ze heeft heel hard gewerkt die jaren. Naast de zorg voor haar moeder waren er mijn
twee broers en ik die de nodige aandacht opeisten en mijn vader was vaak op
reis. Hij werkte voor een baggermaatschappij en was soms weken van huis. Misschien heeft ze er ooit wel over gedroomd
om soliste te worden, maar dromen worden
niet altijd werkelijkheid.’
Hoe kan ik nu beschrijven hoe ik me voelde op dat moment?
Een beetje als een leeggelopen fietsband denk ik. Het beeld van de niet te
evenaren danseres dat door mijn vader geschapen was heb ik in de loop der jaren
waarschijnlijk zelf gecultiveerd tot iets surrealistisch en nu hoorde ik van
haar dochter dat zij mantelzorgster was en huismoeder en dat ze andere kinderen
leerde waar ze zelf nooit aan toegekomen was.
Een gevoel van schaamte bekroop me, gebaseerd op fictie was
ik een leven lang jaloers op mijn zus die nooit op een podium heeft gestaan
terwijl ik dat wel deed, al was mijn podium een circustent, maar ik mocht wel
genieten van schijnwerpers en applaus.
Fleur merkte dat iets me bijzonder geraakt had en vroeg zacht
wat er aan de hand was. Het enige wat ik kon doen was haar mijn verhaal te
vertellen en er meteen bij vermelden dat ik me schaamde voor mijn afgunst.
Ze lachte, ‘nou daar zou ik niet over in zitten. Punt een
kon jij dit allemaal niet weten en punt twee heeft mijn moeder daar nooit last
van gehad dus daar zou ik niet van wakker liggen. En punt drie had mijn opa wel
wat trotser op jou mogen zijn. Wat ben jij eigenlijk geworden?’
‘Ik moest balletdanseres worden, wat dacht je anders. Maar
in tegenstelling tot jouw moeder had ik daar totaal geen talent voor en ook de
liefde voor de dans ontbrak. Het was plichtsgetrouwheid die me door die jaren
heen sleepte, ik wilde voldoen aan het ideaalbeeld van mijn vader en ik wilde
niet onderdoen voor die mooie zus. Gelukkig stond mijn moeder erop dat ik naast
de danslessen ook een wat degelijker studie zou doen voor het geval de
danscarrière geen succes zou worden. Ik ben toen Nederlands gaan studeren, dat
was niet zo moeilijk want ik heb een talenknobbel en toen het circus afbrandde
en het dansen dus voorbij was, toen ben ik docente aan het Lyceum hier geworden.
Dat ben ik nog steeds, voor de bovenbouw. En ik vertaal wel eens een boek,
vandaar dat je me kon vinden.´
Een paar uur geleden was deze jonge vrouw een volkomen
vreemde voor me en nu voelde het alsof ze altijd binnen mijn cirkel gewoond
had.
‘Weet je moeder dat je hier bent en wat denk je, zou ze me
willen ontmoeten? Er is een half leven voorbij maar misschien kunnen we nog
iets inhalen.’
Haar gezicht betrok, ‘ daar is het te laat voor ben ik bang,
mama heeft sinds een paar jaar Alzheimer. Ze is nauwelijks aanspreekbaar, soms
herkent ze ons maar steeds vaker niet. Maar ze is wel tevreden geloof ik. Ze
woont in een verpleeghuis en daar krijgt ze alle zorg die ze nodig heeft. Als
je wilt kun je met me meegaan, ik ga haar morgen opzoeken. Ze zal niet weten
wie je bent maar ze vindt het heerlijk als er bezoek komt.’
Tenger en broos zat ze in een leunstoel bij het raam. Grote
lichtbruine ogen keken mij aan, verwonderd en blij maar niet begrijpend wat er
rond haar gebeurde. De blik dwaalde weer af en keek in het niets, zonder
herinnering, zonder besef van het bestaan.
Ik pakte haar hand, klein en nog steeds mooi van vorm. De hand van een
danseres. Ik drukte er een kus op en ze glimlachte.
Verdriet om gemiste kansen, verloren tijd, maar blijdschap
omdat ik iets in haar herkende. Ze was wel mijn zus, misschien was er nog tijd
om te delen.
Toen we terugliepen naar de auto zei Fleur, ‘jullie lijken
niet op elkaar maar jij hebt wel dezelfde loop als mama. Dat soepele en
elegante dat alleen balletdanseressen hebben.‘ Dus toch.
Ik pakte haar hand, ‘kom je kerstavond bij ons vieren? Dan
kun je kennismaken met de rest van je familie.’
Twee dagen voor kerstavond riep ik mijn gezin bij elkaar, ‘we krijgen een gast bij het kerstdiner, een
nieuw familielid. Ik wil graag dat ze zich hier thuis voelt want ze hoort
erbij.’
Een mooi gedekte tafel, overal kaarsen, een rollade in de
oven en cranberry’s in de ijskast. De lichtjes in de kerstboom brandden en
niemand mistte het danseresje in de top van de boom.
Ik had haar die middag losgemaakt van de bovenste tak en
haar zorgvuldig omwikkeld in een stuk watten. Toen ik haar in mijn handen had
zag ik een druppel in een van haar oogjes , een traan? Onzin, porseleinen
beeldjes huilen niet. Gewoon condens, toen zag ik dat ook het andere oogje
vochtig was.
Kerstavond. Onder de boom ligt één pakje, gewikkeld in rood
crêpepapier met een zilveren lint waaraan een klein wit kaartje.
Voor
Fleur, van haar grootvader
Reacties
Een reactie posten