Deel 10, de Kok, een verhaal van Erica van Dooren. GANZENBORD
Bijna Kerst. Wit, zelfs, voorspellen ze, maar
dat moeten we altijd eerst zien, toch? Bijna iedereen op de vlucht voor de
corona op de boerderij van de Grote Dame
heeft zijn of haar verhaal verteld. Op een na, notabene haar zoon, de kok.
Erica van Dooren wilde ook graag meedoen en wat was ik meteen al blij met haar.
Snuffelen op haar facebook, liefde voor
koken en mooie oude kookboeken, liefde voor boeken en mooie covers en liefde
voor muziek. Terwijl ik dit tik klinken de Rippingtons via mijn laptop, je moet
het horen om te snappen. En Erica van Dooren schrijft, en hoe. Ga er maar even
voor zitten. Deel 10 van A Circus Carol.
GANZENBORD
Door: Erica van Dooren
Het gezelschap van negen personen ging de
keuken in en aan de eikenhouten tafel zitten. Die was groot genoeg om
anderhalve meter afstand tussen de gasten te houden.
‘Schenk
wijn in,’ zei de kok. Corton-Charlemagne, tien jaar oud, 2.700 euro per
fles.
Dat liet de Oude Clown zich geen tweede keer
zeggen, dat was beter dan zijn jenever. Hij keek betekenisvol naar het Lekkere
Ding dat voor hem inschonk.
De kok liep naar het fornuis. ‘Ik zal mijn
verhaal hier vertellen, zodat het eten niet zal aanbranden.’ Hij was ingepakt
alsof hij op een Covidafdeling van een ziekenhuis werkte.
‘Ik werd weggestopt door mijn ouders,’ zei
hij vanonder zijn mondkapje. ‘Ze schaamden zich.’ Met ferme bewegingen hakte
hij door peterselie, salie, hysop en bonenkruid, of hij korte metten met het
verleden maakte. ‘Mijn moeder hield meer van de leeuw dan van haar eigen zoon.’
Door zijn beschermbril wierp hij een dodelijke blik op de Grande Dame van het
etablissement. Ze rekte zich uit en schudde haar manen naar achteren, als zich van
geen schuld bewust.
‘Mijn plannen om kok te worden nam mijn
moeder met een korreltje zout. Zeker nadat ik werd afgewezen door alle
koksopleidingen. Ik kon er niks aan doen … het was de leeuw. Maar ik had een olifantshuid.
Ik plaatste mijn eigen overlijdensbericht in de krant. Sloot mezelf op in de
keuken. Scrolde veilingsites door en bood op antieke kookboeken. Drie jaar lang
oefende ik. Ik kookte, bakte, pekelde, fermenteerde, weckte, weekte, legde in. Teelde
brave hendrik en andere vergeten groenten, oude aardappelrassen, plantte ouderwetse
fruitbomen en fokte dieren van allerlei pluimage.’ Hij schoof de kruiden op een
hoopje aan de kant.
‘De boerderij liep uitstekend. Mijn moeder en
haar nieuwe vriendin bleken een geolied stel. Er werden huisconcerten gegeven, literaire
salons gehouden. Het kon niet decadent genoeg zijn. De gasten aten uit hun
handen.’ Hij bekeek het hoopje gehakte kruiden. Die hadden net als alles op de boerderij
hun beste tijd gehad.
‘Iedereen was lyrisch over mijn authentieke gerechten.
Al wisten ze niet dat ze zwaluwnestjessoep, bokkenballen en kalfshersenen aten.
Ik gaf de gerechten Franse, poëtische namen. Men smulde ervan. Het werd aanbevolen
om te reserveren voor een diner dat bereid was door de “Cuisinier Poète”.
Liefst maanden van tevoren.’ Hij trok een hakbijl van de wandstrip en zwaaide
ermee door gebakken lucht.
‘Ik kookte de sterren van de hemel. Bekende
persoonlijkheden kwamen eten en boekten een kamer. Scandaleuze diners werden
georganiseerd, de muren werden bevlekt en weer gewit. Recensenten schoven aan. Ze
behandelden mijn moeder als God en ik was Daniël in de leeuwenkuil.’ Hij legde
de bijl naast zich neer en roerde met een houten lepel door de
gevogeltebouillon die een paar dagen had staan trekken.
‘Maar die godvergeten corona heeft roet in
het eten gegooid. De lockdown... Niemand kwam eten, de kosten rezen de pan uit.
We leefden van onze eigen producten, maar de reserves zijn nu op. Dit is de
laatste gans van de boerderij.’ Hij hield het gevogelte aan zijn poten omhoog.
‘Vijf kilo, schoon aan de haak.’ Met zijn behandschoende handen maakte hij als
een chirurg een incisie in het beest en klauwde de organen uit de buikholte. Hij
liet de ganzennek, lever en frutsels uit het zakje van de buikholte in de donkere
bouillon zakken. ‘Als ik kon kiezen, dan is dit mijn laatste avondmaal.’ Hij draaide
de vlammen onder de pan lager en stak zijn handen in schone soft nitril handschoenen.
‘Met mijn meesterwerken had ik een appeltje geschild
met de critici, die me als mens niet zagen staan.’ Hij viste kweeën uit een
pan. Ze hadden een uur gekookt. Hij schilde ze, verwijderde de klokhuizen en
sneed ze in gelijke blokjes. ‘Ze konden mij niet aanzien.’ Hij reikte naar een
stapel borden en plaatste ze op het stalen aanrecht. ‘Ik zag ze wel kijken.
Walgend.’ Hij haalde bestek uit een lade en wreef het op. ‘Ze wisten alleen
mijn culinaire vaardigheden op waarde te schatten.’
Hij mengde de blokjes kweepeer met de gehakte
tuinkruiden, knoflook en ontvelde druiven. Plaatste de gans met zijn derrière
naar boven, vulde de holte met het mengsel. Met een stopnaald en draad naaide hij
de opening dicht alsof het een mond betrof die hij allang had willen snoeren. Hij
plaatste de gevulde gans op een rooster bovenop een bakblik en schoof het de
oven in.
‘Ik had gehoord dat je een Michelinster had
geweigerd,’ zei de Acrobaat.
De kok draaide zich om naar zijn publiek. ‘Mijn
moeder, die wilde wel een ster. ‘Ik wilde geen ster worden. Creëren! Dat wilde
ik. Als een auteur die een roman schrijft! Een componist die een symfonie
componeert! Het draait niet om uiterlijke schijn, maar om nuances en harmonie.
Die bracht ik aan in mijn schotels. Ik heb Michelin hartelijk bedankt en zei
dat ik liever nieuwe winterbanden kreeg, dan dat ik in de Rode Gids kwam te
staan.’
Hij bedroop de gans met het vet dat in het
bakblik was gelopen en lepelde er wat vanaf om er een uitje in te fruiten. Vervolgens
nam hij de bouillon van het vuur en zeefde de ongewenste delen eruit. Deed er
een scheut rode wijn in en roerde er verkruimeld, geroosterd brood door om mee
te binden. Dat had even tijd nodig. Hij staarde naar zijn weerspiegeling in het
keukenraam. Zo kon hij niet bij de gasten aanschuiven. Zijn smoking hing al klaar.
Toen de gans gaar was haalde hij de vulling
eruit, roerde het door de bouillon met wat kaneel, folie en kruidnagel in
poedervorm, schonk er rode wijnazijn bij en kookte het in tot de gewenste dikte.
Hij sneed de vleugels, bouten en borstfilets van het karkas, verdeelde de stukken
gans op de borden. Met een sierlijke beweging goot hij de saus erop.
‘Om geen anachronisme te bedrijven, serveer
ik er zelfgebakken zuurdesembrood bij. Roseval aardappels met rozemarijn als
bijgerecht, dat serveren ze maar bij de bistro om de hoek.’ Hij haalde een
brood uit een zak en scheurde het in brokken ‘Om mee te soppen.’ Snel deelde
hij de borden uit. Hij moest zich haasten anders werd zijn eigen maaltje koud. ‘Ontkurk
nog wat flessen,’ sommeerde hij de Oude Clown en draaide zich om.
De kok stond met zijn rug naar de
toeschouwers. Hij leunde hoofdschuddend boven het aanrecht. Toen deed hij zijn
hoofdbedekking, beschermbril en mondkapje af en deponeerde ze in de pedaalemmer.
Aan tafel werd wijn geschonken en geproost op
een coronavrije toekomst. De gasten vielen hongerig aan.
Hij trok de beschermhoezen van zijn schoenen
en ritste zijn pak open. Hij was nerveus. Zijn handen trilden. Vanaf zijn
schouders stroopte hij het pak af naar beneden. Het gleed op de vloer. Hij draaide
zich om. Naakt. De gasten keken met ontzetting naar hem. De huid van zijn hele
lichaam was gruwelijk verminkt door diep ingekraste klauwen. Hij maakte een
diepe buiging alsof hij in een piste stond. ‘Met dank aan de leeuw. Eet
smakelijk!’
Reacties
Een reactie posten